Werkwijze

Motivatie

Steeds meer mensen zien het belang van buur- en streektaalonderwijs voor sociale, economische en culturele factoren. Door zowel de streektaal Drents als de buurtaal Duits te ontwikkelen, werken leerlingen niet alleen aan hun eigen (taal)ontwikkeling maar ook aan hun toekomstige kansen op de arbeidsmarkt. Daarnaast verstevigt het gebruik van Drents in het onderwijs de positie van deze streektaal in de regio, wat bijdraagt aan het behouden van de taal.
In dit project werken leerkrachten, onderzoekers, studenten en meerdere partners samen om buur- en streektaalonderwijs te implementeren op verschillende scholen in Drenthe. Hierbij is aandacht voor het Drents en Duits als onderdeel van het meertalige repertoire van de leerlingen in plaats van als gescheiden talen, waardoor alle talen in samenhang met elkaar gezien worden. Daarnaast is er aandacht voor het bewustzijn en de waardering van leerlingen met betrekking tot streektalen en de rol die streektalen spelen in de identiteit van een regio.

Werkwijze

Het project heeft een design-based benadering, wat inhoudt dat in een samenwerking tussen onderzoekers en de betrokken professionals ideeën met betrekking tot effectieve didactische aanpakken en strategieën geoptimaliseerd worden. Deze ideeën zijn gebaseerd op eerdere ervaringen en onderzoek en worden door herhaald uitproberen en evalueren verbeterd, waarbij deze verbetering met name tot stand komt door de intensieve samenwerking met leerkrachten.

In de eerste fase van het project (2015-2019) is een enquête ingevuld door scholen en leerkrachten in Drenthe over hun behoeften met betrekking tot buur- en streektaalonderwijs. Uit deze enquête kwamen de volgende behoeften naar voren:

  • Meer structuur en begeleiding voor leerkrachten, met name met betrekking tot de didactische mogelijkheden voor het aanbieden van Drents en Duits.
  • Studiedagen met wetenschappelijke input en passende praktische opdrachten voor de onderwijspraktijk om het taalaanbod van een school op een duurzame manier in het curriculum te integreren en dit aanbod ook uit te breiden, waarbij Drents en Duits op een kwalitatief hoger niveau komen.
  • Ondersteuning in het ontwikkelen van een holistisch taalonderwijsconcept, waarin Drents en Duits een rol spelen naast het Nederlands en Engels en de streektaal niet als minderwaardig wordt gezien ten opzichte van nationale talen.

Uit het rapport ‘Drents op school’ (Kruimink & Venema, 2013) is eerder al gebleken dat leerkrachten voor het lesgeven van Drents ook behoefte hebben aan kant-en-klaar materiaal. Er is in deze fase dan ook veel materiaal ontwikkeld, niet alleen voor het Drents maar ook voor het Duits. Dit materiaal is te vinden in de ontwikkelde producten.

Gedurende de tweede fase van het project (2019-2021) worden per deelnemende school twee tot drie bezoeken afgelegd. Het eerste schoolbezoek bestaat uit een inspiratieles Drents of Duits, afhankelijk van de wensen van de school. Ook worden tijdens dit eerste bezoek de vraagstukken van de leerkrachten met betrekking tot meertaligheid en buur- of streektaalonderwijs geïnventariseerd. Bij de volgende schoolbezoeken ligt de focus op het observeren van lessen Drents of Duits van de deelnemende leerkracht(en) en de begeleiding van deze leerkracht(en) bij de eigen lessen Drents of Duits. Ook worden in deze tweede fase één of twee studiemiddagen georganiseerd over verschillende aspecten van meertaligheid in het basisonderwijs. Op deze middagen wordt eerst wetenschappelijke input gegeven, waarna de deelnemers in een praktische workshop brainstormen over de toepassing van de nieuwe kennis om die op de eigen school te kunnen implementeren.

Onderzoek

Naast de begeleiding van de leerkrachten in het lesgeven van het Drents of Duits, wordt binnen het project ook onderzoek uitgevoerd naar de taalattitudes en taalvaardigheid van de leerlingen. Voor het onderzoeken van de taalattitudes wordt gebruik gemaakt van taalportretten met een bijbehorende vragenlijst (zie taalportretboekjes). Hiermee wordt ook de taalachtergrond van de leerlingen geïnventariseerd. Om de taalvaardigheid van de leerlingen in het Drents of Duits te onderzoeken, wordt gebruik gemaakt van een woordenschattoets in de taal waar de school voor gekozen heeft. Deze toets wordt afgenomen aan het begin en aan het einde van het project om te kunnen zien hoe de woordenschat van de leerlingen zich in deze taal ontwikkeld heeft.

Inbedding in de Pabo

Studenten van de Pabo op NHL Stenden Hogeschool Emmen spelen een belangrijke rol bij de implementatie van de ontwikkelde producten door middel van hun stageactiviteiten. Ook worden Pabo-studenten ingezet voor het geven van lessen en het ontwikkelen van materiaal voor het project. Daarnaast wordt in de opleiding op verschillende manieren aandacht besteed aan streek- en buurtaalonderwijs en meertaligheid.

Jaar 1:

  • Eén dag van het introductiekamp staat in het teken van meertaligheid en Duits.
  • Studenten ontwerpen een onderwijsarrangement van één dagdeel rondom de Drentse of Duitse taal en cultuur en meertaligheid.
  • Studenten maken een eigen taalportret en bespreken deze met klasgenoten om in te gaan op de eigen talige identiteit en achtergrond.
  • Studenten ontwerpen meertalige prentenboeken (zie prentenboeken).

Jaar 2:

  • Studenten ontwerpen meertalige STEAM-workshops en meertalige theatervoorstellingen voor Duitse en Nederlandse basisschoolkinderen.

Hiernaast worden lezingen, inspiratieworkshops en lessen Drentse muziekdidactiek aangeboden aan zowel jaar 1 als jaar 2. Ook kunnen studenten ervoor kiezen om een cursus Drentse taalvaardigheid (ontwikkeld door het Huus van de Taol) of een cursus Duitse taalvaardigheid (ontwikkeld door het Nuffic) te volgen. Ten slotte moeten van de 30 kinderboeken die studenten elk jaar lezen minimaal twee Duits en twee Drents zijn.